Red het salderen van de solar sector!

Uitgerekend de solar sector zelf lijkt de strijd om het behoud van salderen na 2020 te hebben opgegeven. Paradoxaal, want enerzijds is solar dé energiebron van de toekomst en anderzijds is de het aandeel van solar in de elektriciteitsmix nauwelijks met het blote oog waarneembaar in de statistieken. Net nu het startschot klinkt, gooit de sector de handdoek in de ring. Onbegrijpelijk.

Het onderwerp salderen staat altijd garant voor geanimeerde discussies. We weten allemaal dat de toekomst van de solar sector nog steeds drijft op de kurk die salderen heet. Ruim 80% van zonnepanelen wordt nog steeds geplaatst op particuliere daken. Daarvoor is salderen van levensbelang. Stopt salderen nu, dan droogt de hele pv-solar markt op; einde oefening van bijna 10.000 fte en 1,5 miljard euro binnenlandse omzet.

Bangmakerij? Allerminst. We hebben in andere Europese landen gezien hoe van de ene op de andere dag de hele sector de nek is omgedraaid.
Dat Den Haag tegenstrijdige signalen afgeeft met aan de ene kant duurzame doelstellingen en aan de andere kant het uitblijven van een echte op de lange termijn gerichte duurzame industriepolitiek mag geen verbazing zijn in ons fossiele landje. Maar wat wel verbijsterend is, is dat ik veel duurzaamheids- en solar-professionals hoor kraaien dat ‘salderen onhoudbaar is na 2020’ of ‘dat een mooie overgangsregeling na 2020 al voldoende is’.

De grootst mogelijke onzin.
Allereerst is de (on)houdbaarheid van salderen na 2020 een politieke keuze die net zo goed beïnvloed kan worden als het behoud van de hypotheekrenteaftrek, het redden van banken of het subsidiëren van kolen en gas. We produceren op dit moment 1% van onze stroom via zonne-energie en kunnen moeiteloos 20% op het net invoeren. En dan zijn we 10 jaar verder. Ons energienet behoort tot de beste drie ter wereld. Behoud van salderen kost de overheid niets, maar levert de overheid minder geld op. Nogal een wezenlijk verschil. Het gaat om de wil van politici en de druk vanuit de markt en kiezers.

Ten tweede kan het zo zijn dat over vijf jaar elektrische opslag een stuk goedkoper is dan nu (van 450 euro naar 200 euro per kWh), zal een Wpiek zonne-energie nog goedkoper, zijn consumenten bewuster en is de sector nog professioneler. Maar als we al over vijf jaar salderen in de ban doen, ook met een soort overgangsregeling, ligt de sector op z’n gat. Alleen al de onzekerheid tussen 2017 en 2020 gaat de sector beïnvloeden.

We weten helemaal niet hoe de sector en aanvullende technologieën er over vijf jaar bijhangen. Een gotspe om deze prille en zeer belangrijke sector niet de ruimte te geven ook na 2020 verder te ontwikkelen.

Ten derde kunnen eerlijkheidshalve op lokaal niveau de netten overbelast raken. Maar dat zijn dé perfecte plekken voor proeftuinen en pilots. In samenwerking tussen burgers, netbeheerders energiebedrijven, overheid (tbv nieuwe wet- en regelgeving) en solar-professionals kan de groei en installatie gerealiseerd worden van energieopslag, smart-home oplossingen, smartgrids, seizoensopslag en de verdere integratie tussen zon-pv en zon-thermie.

Als laatste punt is het belangrijk dat de solar sector invloed uitoefent op Den Haag en dan moeten we ons huiswerk goed doen. Ook door na te denken over alternatieven. Alternatieven ná 2025 op z’n vroegst. Behoud van salderen loslaten en te snel meepraten over alternatieven is koren op de molen van de VVD en de fossiele sector. Door de prille solar-sector over vijf jaar al bij het grof vuil te zetten, vernietigen we juist hét instrument voor de versnelling van de energietransitie.

Ter afsluiting. Onzekerheid in iedere markt leidt tot kopersstaking. Dat zagen we eerder rond eenmalige subsidieronden en het begin van de importheffing. Alleen al de evaluatie van het salderen door minister Kamp van 2017 tot 2020 leidt tot vragen en aarzelingen bij klanten.

Wij moeten als sector de afschaffing van de salderingsmaatregel politiek onhaalbaar maken. In ieder geval tot 2025. Daar moeten wij ons voor inzetten. Dat doen we door sterke partners aan ons te binden en ons verder te verenigen. We hebben stichting ZON, Holland Solar, de Vereniging Duurzam Energie en meer dan 250.000 huishoudens en bedrijven met zonnepanelen.
Wat let ons? Laat je horen en word actief in de sector.

Solar sector, wij staan voor het behoud van salderen tot minimaal 2025, voor zekerheid en stabiel meerjarenbeleid, proeftuinen en pilots met energieopslag en voor een Nederland dat haar energie grotendeels haalt uit zonne-energie. PV én thermisch.

Deze column is in de december 2015 editie verschenen van Solar Magazine

LED Magazine: De race naar de perfecte led-lamp voor consumenten

De led-lamp is inmiddels al jaren oud. Recent werden grote woorden gesproken over de opkomst van de Internet of Things (IoT) en wat dit betekent voor de led-markt. Zolang de eindgebruiker niet centraal wordt gesteld bij het ontwerp van producten zal de IoT bij consumenten niet snel doorbreken.

Wereldwijd stijgt het aantal internetgebruikers, smartphonegebruikers, het aantal smart gadgets en het aantal toegepaste elektronische chips. In 2020 zullen tussen de 26 en 212 miljard apparaten met elkaar verbonden zijn. Volgens een recent rapport van McKinsey wordt in 2025 wereldwijd 11,1 triljoen dollar per jaar verdiend aan de Internet of Things. Een significant aandeel in de wereldeconomie.

Maar wat zien we daar nu van terug in de verlichtingsmarkt voor consumenten? Tijdens de grootste consumentenelektronica beurs afgelopen september in Berlijn (IFA) waren het weinig producten die echt indruk maakten. Home-automation stond vooral in het teken van beveiliging en niet zozeer comfort en sfeer. Het aantal led-aanbieders tijdens IFA was dan ook schaars.
Toch viel het Chinese bedrijf Sengled op door haar innovaties. Zij produceren led-lampen voor de consumentenmarkt met bewegingssensoren, wi-fi versterkers, microfoons met toepassingen voor in een babykamer en zelfs led-lampen met speakers van JBL geïntegreerd. Met name deze laatste functie maakte grote indruk door de slimme vinding, de kwaliteit van het geluid en het gebruiksgemak. We naderen anno 2015 de perfecte consumenten led-lamp. Maar hoe ziet deze ideale consumentenlamp eruit?

De laatste jaren heb ik veel led-lampen voor consumenten getest. Hoewel het initiële enthousiasme groot is wordt de eindgebruiker vooralsnog te weinig centraal gezet. Met name de stabiliteit van de koppeling tussen de smartphone-app en de lamp is een punt van verbetering. Dat heeft Philips goed voor elkaar met haar bridge, maar dat is ook weer een extra apparaat in huis. Waarom lukt een stabiele en geautomatiseerde bluetooth koppeling wel tussen telefoon en auto, maar lukt het maar matig tussen telefoon en led-lamp?

Een tweede punt van verbetering in gebruiksgemak is de flexibiliteit van de kleuren. Voor huis toepassingen gaat het om een goede dimfunctie in helderheid aan de ene kant en schakelen tussen daglicht-wit en warm-wit anderzijds. Met name bij kleurtemperatuur weten weinig lampen écht warm-wit te realiseren. Kunnen dimmen met rood, geel en blauw is een week leuk, maar niet functioneel.
Wat ook opvallend ontbreekt is een geheugenfunctie. Iedere lamp die ik nu getest heb, reset de verlichting na uitschakelen. Dat is onhandig en onnodig. Met een eenvoudig geheugen zou je altijd de laatste instellingen moeten activeren bij het aanzetten van de lamp. In de praktijk gebruik je de dim- en kleurtemperatuur functie relatief weing, en heb je een voorkeur voor één instelling.

Kortom, de perfecte consumenten led-lamp omvat minimaal: dim-functie, brede range warm- en koud-wit, geheugenfunctie met de laatste instelling, een stabiele geïntegreerde bluetooth of wi-fi verbinding, een speaker en een gebruiksvriendelijke app. Sengled heeft een belangrijke nieuwe stap gezet naar de ideale led-lamp, maar komt als eerste met deze perfecte led-lamp?

Deze column is in de december 2015 editie verschenen van LED Magazine

Energie Business: Wat we schaliegas verschuldigd zijn

De impact van schaliegas en -olie in Amerika is groot. Ook de Nederlandse bodem bevat schaliegas en -olie. Hoewel de komende vijf jaren geen schaliegas in Nederland wordt gewonnen, wordt mogelijk wel voor wetenschappelijke doeleinden geboord in deze periode. Toch kan schaliegas een rol gaan spelen in Nederland.

In een serie expertbijdragen van Rolf Heynen, schrijver van het boek Schaliegas in 1 uur en 43 minuten, kijkt Heynen vooruit naar de belangrijkste elementen in het schaliegasdebat. Vandaag deel 2; lees ook Schaliegas: de economische belofte …

De olifant in de kamer van de olie- en gaswereld
De Nederlandse bodem kent sinds 1948 3.300 olie- en gasputten (on- en offshore). Wanneer we de maximaal geraamde (500bcm) hoeveelheid schaliegas uit de Nederlandse bodem gaan winnen, komen daar maar liefst 15.000 nieuwe putten bij. Wanneer deze putten uitgeput zijn, worden zij afgesloten door het plaatsen van een barrière van zogenaamde ‘plugs’ waarop een laag cement wordt gestort (dit wordt een ‘abandoned well’ genoemd). Een put wordt afgesloten wanneer de kosten van het exploiteren van een put niet meer opwegen tegen de baten.

Afgesloten putten bevatten meestal nog gas en/of olie. Deze barrière in verlaten putten moet vervolgens de tand des tijds doorstaan en nooit gaan lekken. Onderzoek laat zien dat dit een zwaar onderschat risico is. Een risico dat niet alleen geldt voor schaliegas, maar net zo goed voor conventionele olie- en gaswinning. Een maatschappelijk risico dat wordt onderschat door zowel de industrie als de toezichthouder.

Afgesloten putten
De belangrijkste internationale studie die is gedaan naar het lekken van permanent verlaten putten, stamt uit september 2014. Deze studie werd verricht door negen Europese wetenschappers en stond in het blad Marine and Petroleum Geology. Deze wetenschappers hebben voor het eerst alle datasets (25 internationale datasets; die in totaal 382.019 verlaten putten vertegenwoordigen) geanalyseerd die gaan over het doorbreken van de barrière of het falen van de integriteit van een put.

Een uiteenlopend percentage van putten vertoont een vorm van lekkage (tussen de 1,9% en 75% in de datasets). De percentages lopen nogal uiteen vanwege de verschillen in beschikbare data van putten in sommige landen. In de Marcellus schalie (een groot gebied in de Verenigde Staten waar veel schaliegas wordt gewonnen) vertoont van de geïnspecteerde putten tussen 2005 en 2013, 6,3% barrière- of integriteitsproblemen. Geen verwaarloosbaar percentage.

Nederland
Ook Nederland is meegenomen in deze studie. Van een inspectie in 2008 van de Geological Survey of the Netherlands (onderdeel van TNO) van slechts 31 verlaten putten van een totaal van 1349, blijkt 13% problemen te vertonen.

Het probleem over ‘putintegriteit’ wordt in Nederland voor het eerst serieus vermeld in juni 2015 in het boek Schaliegas in 1 uur en 43 minuten. Inmiddels lijkt ook het ministerie doordrongen van dit risico. Zo kunnen we in het planMER (pagina 78) van juli 2015 het volgende lezen:

‘Verontreinigende stoffen in vloeistoffen en gassen kunnen zich als gevolg van verticale migratie van grote diepte, falende putconstructies, of door calamiteiten aan het maaiveld verspreiden naar het grondwater en de grondwaterkwaliteit beïnvloeden.’

Een van de te nemen maatregelen tegen deze risico’s, zo stelt het planMER, is door ‘de putintegriteit te allen tijde te bewaken’. Deze opmerking is opvallend, aangezien Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) afgesloten putten nu niet langer dan drie maanden na afsluiten een put controleert. Dit terwijl de risico’s van putintegriteit juist groter worden naarmate de tijd vordert.

Dat wordt ook beaamd in een serie interviews met olie- en gasexperts. Zij beamen dat de risico’s van putintegriteit juist toenemen naarmate de tijd vordert en pas kunnen opspelen over 50, 100 of 200 jaar. Volgens een van de experts is het niet ‘of, maar wanneer putten gaan lekken’. Daarbij moet opgemerkt worden dat een onbekend aantal putten reeds lekt en voor vervuiling zorgt. Het betreft hier absoluut geen theoretisch probleem.

En nu?
Het lekken van afgesloten putten geeft diverse risico’s, namelijk vervuiling van bodem en grondwater door olie en gas en een onbekende hoeveelheid van weglekkend methaan in de atmosfeer. Bij het weglekken van methaan moet opgemerkt worden dat methaan een tot 80 keer sterker broeikasgas is dan CO2. In een zwart scenario gaat over een onbekend aantal jaren een aanzienlijk percentage putten on- en offshore lekken. Een risico dat financieel op dit moment niet ingecalculeerd is en waarvan de kosten ongetwijfeld op de belastingbetaler afgewimpeld worden. Hoewel verantwoordelijke bedrijven mogelijk gevlogen zijn tegen de tijd dat problemen opspelen, hebben we de industrie en wetenschap hard nodig dit probleem op te lossen.

Ik kan niet anders dan adviseren aan minister Kamp om de komende vijf jaren, wanneer alleen onderzoeksboringen worden gedaan, ook de langetermijnrisico’s van putintegriteit mee te nemen en dit op een continu transparante manier met onafhankelijke onderzoekers uit te voeren.

Dankzij het maatschappelijke tumult rond schaliegas zijn steeds meer mensen geïnformeerd over en betrokken bij een belangrijk maatschappelijk thema als energie. Als we de opkomst van schaliegas en -olie ergens dankbaar voor moeten zijn, is het dat wel.

Dit artikel is op 3 september 2015 verschenen in Energie Business

Energie Business: Schaliegas: de economische belofte …

De impact van schaliegas en –olie in Amerika is groot. Ook de Nederlandse bodem bevat schaliegas en -olie. Hoewel de komende vijf jaren geen schaliegas in Nederland wordt gewonnen, wordt mogelijk wel voor wetenschappelijke doeleinden geboord in deze periode. Toch kan schaliegas een rol gaan spelen in Nederland.

In een serie expertbijdragen van Rolf Heynen, schrijver van het boek Schaliegas in 1 uur en 43 minuten, kijkt Heynen alvast vooruit naar de belangrijkste elementen in het schaliegasdebat.

Vandaag: de economische belofte
Minister Kamp van Economische Zaken heeft net met zijn Kamerbrief Schaliegas besloten dat geen aparte Structuurvisie Schaliegas wordt gepubliceerd, maar dat schaliegas onderdeel wordt van het Energierapport 2015 welke in december 2015 zal verschijnen. De komende vijf jaren wordt in Nederland commercieel géén schaliegas gewonnen.

Geopolitieke impact
De impact van schaliegas en -olie in Amerika is groot. Sinds 2013 zijn olie, gas en petrochemische producten Amerika’s grootste exportproducten. In 2008 was Amerika nog netto-importeur van petroleumproducten en importeerde het 2 miljoen vaten per dag (nb Nederland gebruikt ongeveer 1 miljoen vaten olie per dag). Eind 2014 streefde Amerika Rusland voorbij als grootste exporteur van diesel, kerosine en andere energieproducten. De Amerikaanse handelsbalans voor olie was in 2011 354 miljoen dollar negatief en verwacht wordt dat deze in 2020 5 miljard dollar positief zal zijn. Voor gas verwacht men van 8 miljard negatief in 2013 naar 14 miljard positief in 2020.

Hoewel de Verenigde Staten hoopten op enorme voorraden, vallen gewonnen productievolumes van schaliegas (en -olie) tegen. Bronnen putten (veel) eerder uit dan geanticipeerd, winbare voorraden lijken kleiner dan aanvankelijk gedacht en winsten vallen tegen voor bedrijven. Diverse grote bedrijven trekken zich terug uit schaliegas in de Verenigde Staten, waaronder Shell (enkele daarvan richten hun blik op schalieolie). Toch zullen schaliegas en –olie nog jarenlang een belangrijke rol spelen in de energieonafhankelijkheid van de Verenigde Staten.

Nederlandse situatie
We weten niet precies hoeveel schaliegas of –olie de Nederlandse bodem bevat. Dat kan alleen ‘hard’ vastgesteld worden wanneer we proefboringen gaan doen. Toch kunnen aardige schattingen gemaakt worden op basis van de enorme hoeveelheden data die wel beschikbaar zijn van de Nederlandse bodem. Op dit moment hebben we te maken met twee schattingen, namelijk de schatting van TNO, welke ook het ministerie van Economische Zaken hanteert, namelijk tussen de 200 en 500 miljard kuub, en de schatting van de hoogleraren geologie Herber en de Jager, namelijk tussen de 10 en 30 miljard kuub winbaar schaliegas.

Aangezien we in Nederland jaarlijks 80 miljard kuub aardgas exploiteren (waarvan we 45 zelf gebruiken en 35 exporteren), zouden we bij het meest optimistische scenario van TNO in zes jaar door de schaliegasreserves heen zijn en bij de schattingen van de twee hoogleraren in minder dan een half jaar tijd. Vanzelfsprekend zijn deze reserves niet in één jaar te winnen en te gebruiken. Deze reserves vertegenwoordigen volgens minister Kamp van EZ maximaal 30 miljard euro (in de Kamerbrief Schaliegas van 10 juli 2015 wordt gesproken van maximaal 46 miljard euro). Goed voor eenmalig 13% van de rijksbegroting (op basis van de begroting van 2015). Wanneer overgegaan wordt tot de winning van schaliegas uit de Nederlandse bodem, is de impact bij lange na niet zo groot als wat schaliegas voor de Verenigde Staten betekent. Volgens de Kamerbrief Schaliegas kan ‘de jaarlijkse productie van Nederlands schaliegas kan dan in piekjaren naar verwachting tussen de 8% en 50% van het jaarlijkse gasverbruik in Nederland dekken (wij exploiteren jaarlijks 80 miljard kuub, waarvan we nu 45 miljard zelf gebruiken en 35 miljard exporteren).

Schaliegas heeft daarmee een direct positief effect op de Nederlandse schatkist. Toch gaat het hier om een relatief kleine impact. Volgens minister Kamp kan jaarlijks tussen de 2 en 4 miljard kuub schaliegas gewonnen worden. Dat is goed voor 0,1% van de rijksbegroting. De kans dat schaliegaswinning in Nederland impact heeft op de gasprijs voor zowel consumenten als bedrijven lijkt uitgesloten. Dat wordt ook beaamd door de minister in zijn Kamerbrief waarin hij stelt: ‘de geschatte winbare hoeveelheden zijn zodanig beperkt en de bedrijfskosten van winning in Nederland en Noordwest-Europa zijn zodanig hoog dat het niet direct voor de hand ligt dat schaliegas invloed op de energieprijzen zal hebben, ook niet als andere Noordwest-Europese landen schaliegas gaan winnen De winning is immers duurder en meer risicovol en de volumes jaarlijks relatief klein.’

De volgende keer meer over de risico’s op de korte en de lange termijn. En is fracking een nieuwe techniek, of wordt het al decennia toegepast in Nederland zoals ook wordt beweerd?

Dit artikel is op 21 juli 2014 verschenen in Energie Business

Financieele Dagblad: Waarom Nederland toch schaliegas gaat winnen

Onlangs stemde 73% van de gemeenten tijdens het jaarlijkse congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten tegen schaliegaswinning. Toch is de kans groot dat wordt overgegaan tot schaliegaswinning. De centrale overheid is namelijk eigenaar van delfstoffen in de bodem dieper dan 100 meter. Dit is vastgelegd in de Mijnbouwwet. Een bestuursorgaan, zoals een gemeentebestuur, moet daarbij werkzaamheden en bouwwerken op zijn gebied gedogen, zegt de wet. Wel heeft de grondeigenaar recht op een vergoeding van schade. Maar verzet tegen het recht op winning van de Rijksoverheid is strafbaar volgens de Mijnbouwwet.

schaliegas cartoon Hein de Kort

Lagere overheden kunnen invloed uitoefenen op plannen en besluiten zoals de omgevingsvergunning (vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wabo), de mijnbouwvergunning en het bestemmings- of inpassingsplan. Maar besluitvorming ligt voor de volle honderd procent in Den Haag en de minister van Economische Zaken kan gemeenten passeren.

Het is fascinerend dat het draagvlak voor schaliegaswinning tot een dieptepunt is gedaald en winning toch wordt overwogen. Weerstand tegen schaliegaswinning is breed. Tegenstanders bestaan uit een meerderheid van burgers, gemeenten, provincies, drinkwaterbedrijven, bierbrouwers, bottelaars, natuur- en milieuorganisaties, een grote groep hoogleraren en op dit moment een meerderheid in de Tweede Kamer.

De voorstanders bestaan juist uit een hele smalle en overzichtelijke groep, namelijk de olie- en gasindustrie, de VVD (opmerkelijk is dat lokale afdelingen van de VVD in gemeenten soms tégen schaliegaswinning stemmen), een paar energie-grootverbruikers en een van Nederlands grootste staatsbedrijven Energie Beheer Nederland (EBN) dat onder het ministerie van Economische Zaken valt.

Gemeenten kunnen het de minister lastig maken, maar Den Haag bepaalt. Tijdens deze kabinetsperiode wordt geen besluit meer genomen voor proefboringen, maar een mogelijk volgend kabinet, wanneer dat behoudender is dan het huidige (bijvoorbeeld een coalitie van VVD, CDA en/of PVV), kan de bezwaren van gemeenten naast zich neerleggen en overgaan tot schaliegaswinning.

Dat is merkwaardig met de relatief lage schattingen van te winnen schaliegas. Immers, wanneer we 100% van de huidige gasexploitatie uit schaliegas zouden halen, dan zijn we in maximaal zes jaar door de voorraden heen (sommige schattingen spreken over enkele maanden).

En met dat relatief kleine volume zijn wel maximaal 15.000 nieuwe putten geboord tegenover de ‘slechts’ 3300 aardgasputten nu.

Met name de langetermijnrisico’s van het mogelijk lekken van verlaten putten zijn tot op heden niet meegenomen in de overwegingen van het ministerie van Economische Zaken. Internationaal onderzoek hiernaar laat schokkende cijfers zien van aantallen verlaten putten die zijn gaan lekken.

Onderzoek in Nederland naar verlaten putten is onbekend. Ook een inventarisatie van het risico in Nederland of daarbuiten is (nog) niet meegenomen. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) controleert een afgesloten put maximaal drie maanden na afsluiten. Een schijnoperatie, aangezien de risico’s juist toenemen door de tijd. De kans dat deze lange(re)termijnrisico’s van verlaten putten in de te verschijnen Structuurvisie Schaliegas zijn opgenomen acht ik klein. Toch zou op basis van deze structuurvisie overgegaan kunnen worden tot schaliegaswinning.

Met zoveel maatschappelijke ophef en zoveel onzekerheden over de lange(re) termijn rond (schalie)gaswinning zou het onbestaanbaar moeten zijn in een democratisch land dat toch overgegaan wordt tot schaliegaswinning. Toch sluit ik winning niet uit. Alleen een volksraadpleging en een daaraan verbonden publiek debat zouden passend zijn gezien de belangen die op het spel staan.

Dit artikel is op 1 juli 2015 in het FD verschenen

REVIEWS boek Schaliegas in 1 uur en 43 minuten

Hieronder een overzicht van de redactionele aandacht die is besteed aan het boek ‘Schaliegas in 1 uur en 43 minuten’.

Bouwformatie, 20 mei 2015
Energeia, personalia, 22 mei 2015
BNR Duurzaam, 26 mei 2015
MeerRadio Duurzame Donderdag (Haarlemmermeer), 28 mei 2015 (Peter Melis)
Energeia, 4 juni 2015
ENSOC, 5 juni 2015
Schaliegasvrij Nederland, 5 juni 2015
Trouw, 11 juni 2015 ‘Over lekkende, verlaten putten’
Noordhollands Dagblad, 20 juni 2015
Energie Overheid, 29 juni 2015
OneWorld, 29 juni
Financieel Dagblad, 1 juli
Duurzame Energiekoepel, 1/2, juli
Duurzame Energiekoepel, 2/2, juli
FluxEnergie, 2 juli
Verwarming.nl, 9 juli 2015
Energie Overheid, 21 juli 2015
Energie Overheid, 3 september 2015
VV+ (UNETO-VNI), 25 september

NHD: Schaliegas: nieuwe goud of zeepbel

Is schaliegas het nieuwe goud of een zeepbel die op het punt staat uit elkaar te spatten? Het laatste, concludeert energie-expert Rolf Heynen. In zijn boek ’1 uur en 43 minuten’, dat leest als een stoomcursus schaliegaskunde, waarschuwt hij vooral voor de schadelijke gevolgen op de lange termijn.
Klik hier voor het artikel “schaliegas: nieuwe goud of zeepbel”

Aanvullingen ‘Schaliegas in 1 uur en 43 minuten’

Ook na het ter perse gaan van het boek ‘schaliegas in 1 uur en 43 minuten’, blijf je bij het lezen verbeterpunten zien. Hieronder eventuele aanvullingen op de eerste druk (verschijningsdatum 1 juni).

23-5-15: H8
In dit hoofdstuk constateer ik dat ‘operator’ en ‘service provider’ door elkaar worden gebruikt. Het zijn de ‘service providers’ die de risico’s het beste in kunnen schatten van de lange termijn risico’s van afgesloten putten, niet de operators. Daarnaast heb ik primair deze groep ‘service providers’ geinterviewd voor mijn boek, niet de ‘operators’. Voor de goede orde:
In voetnoot 127 op pagina 56 staat de beschrijving goed, namelijk:
‘Operators zijn de olie en gasbedrijven zoals Shell, BP en ExxonMobil. De ‘service providers’ zijn bedrijven zoals Schlumberger, Halliburton, Weatherford en het onlangs met Halliburton gefuseerde Baker-Hughes. De operators zijn de technici en staan met de poten in de klei: zij zoeken, boren, halen op en sluiten af in opdracht van de eigenaren van de olie- en gasvelden.’

Boek publicatie: Schaliegas in 1 uur en 43 minuten

cover schaliegasboek
‘Het risico bestaat dat verlaten olie- en gasputten op termijn gaan lekken. Maar blijkbaar hebben we met elkaar afgesproken dat we dat risico accepteren’, aldus een gasexpert die anoniem wil blijven in een interview met de auteur (Rolf Heynen).

Is schaliegas dé grote kans voor de Nederlandse energievoorziening? Of zal over enkele decennia blijken dat, net als met de aardbevingen in Groningen, de olie- en gasbedrijven in samenwerking met de overheid niet zorgvuldig zijn omgegaan met de veiligheid van inwoners?

Volgens Jan Dirk Bokhoven, directeur EBN, hebben we ‘minstens 20 tot 30 putten nodig voordat we echt weten wat het potentieel van schaliegas is in Nederland, en wat daarvan winbaar is.’ In de tweede helft van 2015 presenteert minister van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, Henk Kamp, de structuurvisie schaliegas uit. Hierin staat of zij winning van schaliegas toestaan. En als het wordt toegestaan, in welke gebieden en onder welke voorwaarden.

De discussie over schaliegas gaat over uitersten. Je bent helemaal voor, of helemaal tegen. Schaliegas: ‘industriële renaissance’, ‘schalieboom’, ‘geopolitieke game changer’, of juist ‘nachtmerrie’, ‘levensgevaarlijk’ en ‘bron van vervuiling en aardbevingen’.

Sinds 1948 zijn er ruim 3.300 putten geboord in de Nederlandse bodem voor olie en gaswinning. Met als gevolg de aardbevingen in Groningen in 2014 welke tot felle protesten van de inwoners van Groningen hebben geleid.

Nederland is voor haar gasvoorziening al meer dan vijftig jaar onafhankelijk. Over tien jaar is die onafhankelijkheid voorbij en moet Nederland gas importeren. Het winnen van schaliegas zou de import van buitenlands gas naar Nederland kunnen uitstellen.

Bij de winning van schaliegas worden in potentie meer dan 10.000 nieuwe putten geboord in een korte periode en volgens olie- en gasexperts brengen deze putten op lange termijn mogelijk onvoorziene risico’s met zich mee voor bodem en drinkwater. Putten kunnen immers gaan lekken op termijn.

Volgens de voorstanders van het boren naar (schalie)gas, moet je bij breuklijnen uit de buurt blijven. Waarom is er dan toch een vergunning voor de gemeente Boxtel, gelegen op een breuklijn, aangevraagd en verleend? En klopt het dat schaliegas de import van buitenlands gas uitstelt? En waarom komen zoveel gemeenten, provincies, (water)bedrijven en burgers tegen schaliegaswinning in protest? Is schaliegas een vloek of een zegen?

In de tweede helft van 2015 presenteert minister van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu, Henk Kamp, de structuurvisie schaliegas uit. Hierin staat of zij winning van schaliegas toestaan. En als het wordt toegestaan, in welke gebieden en onder welke voorwaarden.

Schaliegas in 1 uur en 43 minuten (Good! Publishing – www.good.nl) geeft een helder objectief overzicht van de voor- en nadelen van schaliegaswinning. In dit boek ontdekt de lezer wat wél bekend is, en vooral ook wat niet. Steeds meer mensen raken betrokken bij dit onderwerp, maar weinig mensen zijn volledig op de hoogte. Dit boek brengt daar verandering in.
_______
Reviews

‘Een belangrijk boek in een tijd van grote geopolitieke verschuivingen waarin schaliegas en -olie een belangrijke rol spelen.’
– Prof. dr. Herman Wijffels, hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering, Universiteit Utrecht en voormalig directeur Rabobank en voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER)

‘Sinds ik schaliegas besprak aan tafel bij RTL LateNight, sta ik in de frontlinie van een waar anti-schaliegasoffensief. Gelukkig met dit boek onder mijn arm, dan weet ik nog beter waar ik over praat.’
– Jan Jaap van der Wal, cabaretier

‘Schaliegas gaat iedereen aan. Schaliegas is geadverteerd als een bijna oneindige energiebron of als een transitiebrandstof naar duurzame energie. Maar is dat ook zo, of is het een doodlopende weg? We kunnen ons geen verkeerde keuzes hierin veroorloven. Dit boek draagt bij aan de meningsvorming over de keuzes die we hebben.’
– dr. Ko van Huissteden, universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit en voorzitter stichting Schaliegasvrij Nederland
_______
Rolf Heynen (1979) schrijft regelmatig over energie en politiek voor landelijke kranten en vakbladen. Heynen, politicoloog en ingenieur, is energie-ondernemer, auteur en columnist.

LED Magazine: ‘Huis van de toekomst’ (1989) aanjager van Energieakkoord

Door de snelheid van revolutionaire technologische ontwikkelingen loopt de overheid achter de feiten aan. Zij kan het beste communiceren over de kansen en risico’s van nieuwe technologieën en niet trachten aanjager hiervan te zijn. Het ‘huis van de toekomst’ is inmiddels realiteit en leidt tot enorme energiebesparingen waarmee de duurzame doelstellingen van de overheid in recordtempo gehaald kunnen worden.

Onlangs installeerde ik led-verlichting in mijn huis van zowel Philips (Hue) als OSRAM (Lightify). Zelfs de meest verstokte technibeten werden razend enthousiast hiervan. Met deze nieuwe lampen kan je de sterkte en kleur van de lampen individueel of in groepen aansturen via een smartphone of tablet. ‘Kan dat al?’, was een veelgehoorde opmerking. Geen complexe bedrading, maar plug-and-play door simpelweg de lampen in bestaande armaturen te draaien. De mogelijkheden en aantallen applicaties hiervoor zijn eindeloos.

Tot vrij recent werden technische vernuftigheden uit films als ‘Back to the future’ en ‘Star Wars’ gezien als onhaalbaar. Het ‘huis van de toekomst’, al in 1989 gebouwd in het Autotron, legde de basis in onze bewustwording voor slimme technologie in huis, ‘domotica’ of ‘smart home’ genoemd. Dat was lang futuristisch, want te duur. Het hele huis moest immers opnieuw bedraad worden. Tot nu toe.
Bewustwording en enthousiasme beginnen met verlichting. Dat is niet gek, want marketing verloopt via emotie en status. En verlichting ís emotie. Hoewel het rationele verhaal al overtuigend zou moeten zijn, gaat het toch om de beleving. Wanneer we bijvoorbeeld toch het sommetje maken met een minimum van vijftienduizend branduren voor een consumenten led-lamp – en nemen we de verbruiks-, aanschaf- en vervangingskosten mee – dan kost een led-lamp in die periode 44 euro en een gloeilamp 141 euro. Kortom, wanneer je een led-lamp koopt ben je ruim binnen één jaar uit de kosten en geniet je nog tien jaar van lage energiekosten.

Toch zijn het vooral het gebruiksgemak, het hippe gadget-gehalte en de emotie van verlichting die ervoor zorgen dat ledverlichting de overstap naar het ‘huis van
de toekomst’ aanjaagt. Wanneer mensen leren dat zoiets sfeerbepalends als verlichting zo laagdrempelig aangepast kan worden zonder een nieuw armatuur te kopen, volgt vanzelf de nieuwsgierigheid
naar wat nog meer geschakeld kan worden via de smartphone. En daar begint de revolutie. Met je smartphone kun je doodeenvoudig naast de verlichting ook aan de slag met verwarming, meten van
je gas en stroomverbruik, rookmelders die de verlichting doen roodkleuren bij branddetectie, camera’s, beveiliging, koelkasten die in de bespaarstand schieten gaan wanneer niemand thuis is, gordijnen en je verbruik koppelen met energieproductie zoals zonnepanelen en een warmtepomp.

De mogelijkheden zijn nauwelijks bekend bij het grote publiek. Het ´Huis van de Toekomst´ is pas vijfentwintig jaar na dato bewaarheid. Grootheden als Philips, Apple, Google en OSRAM gaan hier vol voor. Slimme led-oplossingen zoals de Philips Hue en de OSRAM Lightify zullen aanjager zijn van deze digitale revolutie in huis. Het besparingspotentieel per huishouden of bedrijf gaat hiermee naar de tientallen procenten. De markt lost hiermee de duurzame doelstelling van de overheid in recordtempo op. Aangezien onbekend onbemind maakt, ligt daar een communicatie-uitdaging voor de bedrijven, installateurs en overheid. Inspanningen voor een landelijke campagne om de ‘back to the future’ te promoten leiden onherroepelijk tot de realisatie van de duurzame doelstellingen.

Dit artikel is in de maart editie, p.24, van LED Magazine (nr.6) verschenen.